Huiswerkbeleid

De Torenuil probeert door het meegeven van huiswerk de leerlingen goed voor te bereiden op de middelbare school, maar wel in zodanige mate dat er voldoende tijd overblijft om te kunnen spelen. 

 

Wij vinden dat het maken van huiswerk direct effect heeft op het onthouden en begrijpen van de leerstof. De leerling leert kritisch denken en het verwerken van informatie wordt bevorderd.

Het kan de betrokkenheid van leerlingen en ouders bij het leren ook vergroten.

Indirect worden de studievaardigheden van leerlingen verbeterd. Het bevordert de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de leerling evenals: doorzettingsvermogen, leren plannen, zelfvertrouwen en gevoelens van bekwaamheid

 

Onze school hanteert een duidelijk huiswerkbeleid.

 

Richtlijnen voor het geven van de inhoud van huiswerk:

  1. Een opdracht moet betekenisvol zijn. De opdracht wordt betekenisvol wanneer:
    A. Er een duidelijk leerdoel aan de opdracht wordt meegegeven en deze bij de leerlingen bekend   is.
    B. Er aan de leerlingen verteld wordt wat zij in het dagelijks leven aan het geleerde hebben.
  1. Een opdracht moet zoveel mogelijk op het niveau van de leerling gegeven worden.
  2. De opdrachten zijn afwisselend. Niet alleen in maak- en leerwerk, maar ook in individueel en of groepswerk.
  3. De opdrachten sluiten aan bij de vorige en/of volgende les.

Richtlijnen voor het geven van de hoeveelheid huiswerk:

De hoeveelheid huiswerk dat opgegeven wordt is cluster afhankelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met het volgende:

  1. Met het plannen van huiswerk wordt rekening gehouden met het weekend, vakantieperiodes en eventuele avondactiviteit in de week (b.v. avondvierdaagse).                 Op vrijdag voor een weekend of voor een vakantie wordt er dus geen huiswerk meegegeven voor de maandag daarna.
  2. Te veel huiswerk zorgt voor mogelijk interesse verlies en is niet effectief. Er is een opbouw in hoeveelheid huiswerk per cluster.
  3. Kwaliteit van het huiswerk gaat voor kwantiteit.
  4. Bij het schatten van de benodigde tijd wordt uitgegaan van de gemiddelde leerling en niet van de beste leerling.
  5. Wij denken dat de maximale tijd die een leerling aan huiswerk per week zou mogen besteden 75 minuten is (15 minuten per schooldag). Dit staat los van de huiswerkweek.

 

Richtlijnen voor de organisatie van het huiswerk per groep:

Cluster 1-4: In de groepen 1 t/m 4 wordt er in principe geen huiswerk gegeven.

“Huiswerk” bestaat hier uit het meenemen van bijv. plaatjes en het in overleg met de leerkracht extra oefenen van woordjes en/of tafels. Het is wel de bedoeling dat de spreek- of leesbeurt thuis wordt voorbereid.

Cluster 5-6: Het huiswerk bestaat hier uit het leren voor topografie, tafels en het voorbereiden van een spreekbeurt. In cluster 6 leren de kinderen voor het eerst hun huiswerk te plannen in een agenda.

Cluster 7-8: het huiswerk bestaat hier uit het leren voor topografie, Engels en het voorbereiden van de nieuwsbeurt.

Daarnaast hebben de leerlingen vijf zogenaamde “huiswerkweken” per jaar. In deze huiswerkweken hebben de leerlingen iedere dag maak en/of leerhuiswerk. Dit  huiswerk wordt mondeling minimaal een week van te voren opgegeven in de klas. Hierbij worden de leerlingen gestimuleerd een agenda te gebruiken voor het plannen. De huiswerkweken worden in de “Oehoe” aangekondigd en staan vermeld op de kalender.

 

Het huiswerk komt ook bij elk cluster op de klassenpagina te staan.

 

Verder is er altijd de mogelijkheid om vrijblijvend of in overleg met de leerkracht extra te oefenen voor de vakken aardrijkskunde, natuur, geschiedenis, verkeer en spelling. Dit vrijblijvend oefenwerk staat ook per cluster vermeld op de website.

Richtlijnen voor de leerkracht:

  1. De leerkracht benoemt de leerdoelen van het huiswerk
  2. De leerkracht vertelt wat er gedaan moet worden en hoeveel tijd het gaat kosten.
  3. De leerkracht benoemt hoe het huiswerk gecontroleerd gaat worden.
  4. De leerkracht houdt goed toezicht op de hoeveelheid opgegeven huiswerk.
  5. De leerkracht geeft feedback op het gemaakte huiswerk en laat leerlingen de gemaakte fouten verbeteren.
  6. De leerkracht laat leerlingen reflecteren op het gemaakte huiswerk.
  7. De leerkracht betrekt ouders op een geschikte manier. Maakt verwachtingen duidelijk en geeft aan dat, wanneer het hen niet lukt om hun kind te begeleiden bij het huiswerk, er samen naar een oplossing wordt gekeken.

 

Richtlijnen voor ouders:

Voor ouders moet helder zijn wat er van hen verwacht wordt bij de ondersteuning van het maken van huiswerk. Het moet duidelijk zijn dat zij niet de rol van de leerkracht gaan overnemen. Ouders kunnen hun kinderen in verwarring brengen wanneer zij andere uitlegtechnieken hanteren dan de leerkracht.

De ondersteuning van ouders zal vooral liggen in:

  1. Het helpen met het plannen van het huiswerk. (Uit onderzoek blijkt dat kinderen tussen 10-14 jaar moeite hebben met plannen en daarin ondersteund moeten worden.)
  2. Het helpen bij het stellen van vragen, die de stof voor leerlingen duidelijker maken en samenvatten wat ze geleerd hebben.
  3. Het belangstelling tonen in het huiswerk.
  4. Het stimuleren van hun kind in het maken van huiswerk.
  5. Het scheppen van de juiste voorwaarden (rustige werkplek, afspraken over tijden) voor hun kind om het huiswerk te kunnen maken.