Clusters 3 t/m 8

Zoals reeds eerder vermeld, werken we bij alle vakken vanuit de kerndoelen, die voor deze vakken zijn opgesteld. In de groepen 1 t/m 4 werken we minstens 880 uur per schooljaar, in de overige groepen minstens 1000 uur.

Op het bord wordt dagelijks aangegeven welke vakgebieden aan de orde zullen komen en bij welke onderdelen hulp van de leerkracht noodzakelijk is. 
Naast het zelfstandig verwerken van de leerstof, wordt bij alle vakken veel aandacht besteed aan het samenwerken van leerlingen. Hierbij gaan we uit van het principe dat de kinderen veel van en aan elkaar kunnen leren.
 

Rekenen en wiskunde
Onze school gebruikt de methode “Pluspunt”, een zgn. “realistische rekenmethode”. Dit houdt in, dat de methode inspeelt op de dagelijkse praktijk. De methode gaat uit van begrip en niet van rekentrucjes. Na iedere instructieles van de leerkracht, zijn er meestal twee zelfstandige werklessen opgenomen. De methode gaat niet uit van één goede oplossingsmethode, maar gaat uit van de verschillende oplossingsmethoden van de kinderen zelf. 
De methode heeft de mogelijkheid in zich om leerlingen naar aanleiding van de tussentijdse toetsen te laten werken met herhalings- en/of verrijkingsstof.
 

Nederlandse taal
Taal is de basis voor al het leren, zowel mondeling als schriftelijk. Daarom wordt de meeste tijd op onze school besteed aan taalonderwijs. Onze school gebruikt de methode “Taaljournaal”, ook een realistische methode. Leerlingen ervaren waarvoor ze de taal kunnen gebruiken.
In deze methode wordt op een kindvriendelijke manier veel aandacht besteed aan de verschillende onderdelen van taal: spreken, luisteren, lezen en schrijven. 
Ook het creatieve van taal speelt een belangrijke rol in de methode. Hierbij moet gedacht worden aan het verwoorden van ideeën en gevoelens in verhalen, gedichten, toneelspel e.d.
Vanaf de middenbouw houden de kinderen ieder schooljaar een spreekbeurt en maken enkele werkstukken. In de bovenbouw worden kringgesprekken ook door kinderen geleid. De methode heeft een aparte spellingslijn, waarbij de leerlingen op een inzichtelijke manier om leren gaan met de diverse spellingsregels.
 

Lezen
Naast de aandacht voor het lezen in de taalmethode, wordt ook apart aandacht besteed aan de verschillende leesvormen. 
Voor het aanvankelijk  technisch lezen wordt in groep 3 gebruik gemaakt van de methode “de Leessleutel”. Deze methode leert de leerlingen woorden, waarvan ze de aparte letters weer kunnen gebruiken voor het maken van nieuwe woorden. Dit in tegenstelling tot methoden, die meer uitgaan van het leren van steeds meer hele woorden. Voor voortgezet technisch lezen gebruiken we de methode “Leeswerk”, waarbij de nadruk wordt gelegd op leestempo, nauwkeurigheid, intonatie en leesplezier.
De groepen 4, 5 en 6 beginnen dagelijks met een half uur BOV-lezen. BOV staat voor: “bewust omgaan met verschillen”. Hierbij wordt op een kindgerichte manier gewerkt aan het stimuleren van de leesontwikkeling en het vergroten van de leesmotivatie. Kinderen, die dit nodig hebben, ontvangen extra leesinstructie. In het voorjaar gaan ook de leerlingen van groep 3 deelnemen aan het BOV-lezen.

Voor studerend- en begrijpend lezen maken we gebruik van de methode “Goed gelezen”. Bij deze methode ligt de nadruk op het leren doorgronden van een tekst. Belangrijke zaken hierbij zijn: hoofd- van bijzaken kunnen onder-scheiden, het leren maken van een samenvatting en het kunnen beantwoorden van vragen naar aanleiding van een tekst.
In alle groepen (kleuters t/m groep 8) houden de leerlingen boekbesprekingen.


Engels
In de groepen 7 en 8 wordt Engels gegeven. We gebruiken de methode “Junior”, waarbij het accent ligt op een eerste kennismaking. De communicatie staat hierbij voorop. In herkenbare situaties wordt de kinderen de basisprincipes van de Engelse taal bijgebracht. Door middel van geluidsfragmenten wordt ook de uitspraak geoefend.
 

Schrijven
Voor het technisch schrijven gebruiken we de methode “Handschrift”. Na de voorbereidende oefeningen in de kleutergroepen, werken de overige groepen met werkschriften. In het begin van groep 3 worden extra lessen schrijven georganiseerd om de motoriek van het schrijven goed onder de knie te krijgen. De nadruk bij het schrijven ligt op het aanleren van een goed handschrift en schrijfhouding.
 

Wereldoriëntatie
Een groot deel van de lessen wordt besteed aan de wereld om ons heen. Dat kan zijn de directe omgeving zoals thuis en school, maar dat kan ook in groter verband zijn en letterlijk de wereld om ons heen, tot zelfs in de ruimte toe.
Meestal wordt er aandacht aan geschonken in aparte vakken, maar daar waar dat kan ook geïntegreerd in klassengesprekken, school-televisie, taal, rekenen, projecten, werkstukken, spreekbeurten enz.

Wij gebruiken de volgende methoden: 
Natuur:               Natuurlijk
Aardrijkskunde:    Hier en Daar
Geschiedenis:      Wijzer in de Tijd
Verkeer:             Wijzer op Weg
 

Expressievakken
De creatieve vakken zijn in de groepen 1 en 2 geïntegreerd in het programma. In de groepen 3 t/m 8 wordt het gegeven als aparte vakken, die wekelijks gegeven worden (muziek, tekenen, handvaardigheid; deze laatste twee worden soms geclusterd tot het vak “beeldende vorming”) of als vakken, die incidenteler aan de orde komen of die als onderdeel van een ander vak kunnen dienen (bijv. dramatische expressie en dansante vorming). 

De creatieve vakken op onze school zijn zeker niet vrijblijvend. Er wordt wel degelijk kwaliteit nagestreefd en bij verschillende vakken wordt ook een methode gebruikt. 

Voor muziek en handvaardigheid wordt de methode “Moet je doen!” gebruikt en bij tekenen gaan we uit van de methode “Tekenvaardig”.
 

Sociaal-emotionele vorming
De sociaal-emotionele vorming is een onderdeel van veel, zo niet alle vakgebieden. Hierbij gaat het om het op een juiste manier van omgaan met elkaar en de persoonlijke inbreng van alle betrokkenen hierbij. Samen werken, samen spelen, samen overleggen en discussiëren zijn belangrijke onderdelen.

Ook besteden wij op een structurele en specifieke manier aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Naast de maandslogans en het omgangsprotocol werken wij ook met het project “vis-water”. Het doel van dit project is ervoor te zorgen dat alle aanwezigen in de school zich “als een vis in het water” voelen.
Gedurende ieder schooljaar wordt aan de hand van een vijftal thema’s het project onder de aandacht van de kinderen gebracht. De thema’s zijn:

  1. “wie ben ik?”
  2. “mijn gevoelens”
  3. “de houding ten opzichte van een ander”
  4. “omgaan met de ander”
  5. “afsluiting”