Clusters  1 en 2


De aanpak bij 1 en 2 verschilt enigszins van die in de andere clusters. De inrichting van de lokalen en de manier van werken is iets anders, maar er zijn ook belangrijke overeenkomsten.

Kleuters leren aldoende, tijdens hun spel. Wij spelen daarop in door te zorgen voor veel materialen waarvan de kinderen kunnen leren. We praten veel met de kinderen over allerlei dingen. Hierdoor vergroten zij hun woordenschat en leren zij goed spreken. Dit is belangrijk voor het latere taal- en leesonderwijs. Bij de jongste kleuters (groep 1) gebeurt dit allemaal spelenderwijs, terwijl we bij de kinderen in groep 2 al wat meer richting geven.
Het werken bij kleuters gebeurt hoofdzakelijk in de vorm van projecten. Gedurende een bepaalde periode, die in lengte kan verschillen, wordt één onderwerp centraal gesteld.

Rond dit onderwerp komt een veelheid van taal-, reken-, en knutselactiviteiten aan bod. De thema’s die aan bod komen staan niet volledig vast. Er zijn thema’s, die ieder jaar weer centraal gesteld worden, zoals de seizoenen en de festiviteiten als bijv. Sint en Kerst. Kinderen kunnen zelf ook een thema aandragen, als bijvoorbeeld hun interesse naar een bepaald onderwerp uitgaat. Wij proberen daar zoveel mogelijk op in te spelen. 

Het werken in de groepen 1 en 2 gebeurt meestal vanuit de kring. De kring is een belangrijke vorm waar kinderen regelmatig in terugkeren. In de kring kunnen verschillende activiteiten plaatsvinden zoals:

  • taalactiviteiten (o.a. vertellen, voorlezen, boekenbeurt, taalspelletjes, begrippen, luisteren)
  • rekenactiviteiten (o.a. tellen, ordenen, hoeveelheidsbegrippen)
  • muzikale activiteiten (o.a. liedjes zingen, instrumenten bespelen, dansen)
  • expressieve activiteiten (o.a. toneelspelen, imiteren)
  • oefeningen met visuele- en auditieve discriminatie (het zien en horen van verschillen)

Naast de kring is ook “werken” een vast onderdeel. “Werken” is een spelend en ontdekkend bezig zijn op allerlei manieren en met verschillende materialen (kennis- en inzichtbevorderend) zoals puzzels, taal- en rekenspelletjes. Deze ontwikkelingsmaterialen zijn er in iedere groep op verschillende niveaus. 

Ook in de hoeken wordt gewerkt. We kennen o.a. de bouwhoek, de huishoek, de teken/schilderhoek en de lees/schrijfhoek. De materialen in deze hoeken zijn zeer gedifferentieerd en kunnen zelfstandig door de kinderen worden gehanteerd. 
De hoeken zijn erg belangrijk voor de sociale, emotionele, cognitieve en motorische ontwikke-ling. Kinderen leren hier samenwerken, afspraken maken en opkomen voor zichzelf.

Een ander belangrijk element is “bewegen”.  Iedere dag gaan de kinderen in het speellokaal en/of op het speelplein spelen. Buiten is het meestal vrij spel. Binnen worden de geleide en de vrije lessen afgewisseld.

In de kleuterbouw wordt ook een aantal televisieprogramma’s bekeken om met name de taal- en rekenactiviteiten te stimuleren.

In de kleutergroepen wordt ook gewerkt met computers. De kinderen werken zelfstandig of met behulp van een hulpouder aan verschil-lende programma’s (bijv. vormen, kleuren, taal- en rekenactiviteiten).

Kleuters op onze school zitten in zgn. heterogene groepen, wat inhoudt dat kinderen van verschillende leeftijden (groep 1 én 2)  in één groep zitten. Door gebruik te maken van kaarten met symbolen, weten de kinderen wat er op een bepaalde dag allemaal aan de orde zal komen.

Om vroegtijdig eventuele problemen met leren te kunnen signaleren, worden de kinderen gedurende de kleuterperiode enkele malen intensief geobserveerd, waarbij de ontwikkeling op verschillende terreinen wordt bekeken. Hiervoor heeft de school een zgn. “vijffasenplan” ontwikkeld.

Na een half jaar onderwijs (en tenminste drie maanden op onze school) worden observatie-lijsten ingevuld. Deze lijsten worden op de resultatenbesprekingen ter inzage gelegd en met de ouders besproken. Aan het einde van de kleuterperiode wordt bekeken of een kind naar groep 3 kan. Voor de overgang naar groep 3 wordt een verslag gemaakt.