Tien jaar “wij gaan voor groen”

De Torenuil besteedt al tien jaar actief aandacht aan goede omgangsvormen. Dat doen we met het omgangsprotocol “wij gaan voor groen”.

Een goede aanleiding om het protocol opnieuw onder uw aandacht te brengen.

 

We willen de aan onze zorg toevertrouwde kinderen een zo veilig mogelijke omgeving bieden, zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Uw kind moet dagelijks met plezier naar school kunnen gaan. Daarom maken we afspraken en stellen regels. Wij werken met maandslogans, gekoppeld aan de zogenaamde pestposters van de Stichting 'Kids tegen geweld' die in ieder lokaal hangen.

 

Pesten wordt bestreden en positief gedrag wordt benoemd en beloond. De kinderen ervaren wat goed gedrag inhoudt en wat hun eigen rol daarbij kan zijn.

 

Vanaf cluster 4 wordt een stappenplan gehanteerd waarmee we kinderen bewust maken van grensoverschrijdend gedrag. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kleuren. Rode kaarten gebruiken wij bij gedrag dat we niet tolereren (slaan, schoppen, spugen, schelden). Gele kaarten worden gebruikt om een kind een waarschuwing te geven. Hierop volgen nog geen verdere stappen.

U wordt als ouders actief betrokken bij dit bewustwordingsproces.

 

De afgelopen periode hebben we de regels en afspraken nog eens met elkaar doorgenomen en zijn tot de conclusie gekomen dat het plan nog steeds goed werkt. Kinderen gaan wel eens de fout in. Dit is niet erg. Zij zien door het krijgen van een kaart dat ze te ver gegaan zijn en leren in het bijbehorende gesprek hoe ze een situatie de volgende keer aan kunnen pakken.

Wel constateren we dat we niet altijd consequent zijn bij het uitdelen van de verschillende kaarten. Aan de hand van verschillende voorbeelden hebben we de afspraken opnieuw aangescherpt.

 

 

Afspraken over de verschillende kaarten nog een keer op een rij:

Een rode kaart wordt uitgedeeld bij onaanvaardbaar (pest)gedrag. Hierbij moet u denken aan ssss: slaan, schoppen, spugen, schelden.

Bij dergelijk gedrag wordt altijd een rode kaart uitgedeeld. We zullen te allen tijde hoor en wederhoor toepassen om te achterhalen wat er is gebeurd. Als uit het nagesprek blijkt dat ook andere kinderen de regels hebben overtreden dan zal ook aan hen een kaart worden uitgedeeld.

Bij een rode kaart wordt door de leerling en door degene die het gedrag constateert een rood formulier ingevuld en treedt het stappenplan in werking.


Soms is bij een overtreding sprake van uitlokking door een ander. Deze krijgt dan een gele kaart.

Bij een gele kaart wordt door de leerling en de waarnemer een geel formulier ingevuld. Hierop volgt nog geen maatregel: het is vooral een signaal! Heeft een kind meerdere gele kaarten gekregen dan volgt een gesprek met de leerling, telefonisch contact met ouders; indien nodig wordt een afspraak gemaakt om samen over het gedrag te praten.


Voor de leerlingen van groep 1-2-3 is het nog best lastig om grenzen aan te geven. Daarom maken we in deze groepen gebruik van de zogenaamde “oeps kaarten” (groen, geel en rood). Aan de hand van deze kaarten wordt het gedrag besproken.

In de tweede helft van cluster drie worden de kinderen voorbereid op het kaartensysteem. Kinderen krijgen af en toe al een kaart uitgereikt maar het stappenplan treedt nog niet in werking.


Als kinderen goed gedrag laten zien kunnen ze ook stappen terug verdienen. Als een leerling van groep vier in een maand geen enkele kaart heeft gekregen mag het een stap terug in het stappenplan. Voor de leerlingen van cluster vijf tot en met acht geldt dit voor twee maanden goed gedrag.

Het is belangrijk dat u met uw kind in gesprek gaat over de kaart. Soms is er meer aan de hand; dan is het goed om hierover met de leerkracht in gesprek te gaan.


Samen kunnen we zorgen voor een prettige en veilige school!